The Hoerengracht is in Amsterdam. Meer dan twintig jaar na voltooiing van het immense kunstwerk van Edward en Nancy Kienholz is de installatie voor het eerst te zien in de stad waarop het geïnspireerd is. In de tussentijd is de inspiratiebron voor het kunstwerk, de Amsterdamse Wallen, flink veranderd. De peeskamers die in The Hoerengracht zijn uitgedost met tierlantijnen, gordijntjes en bloemenbehang zijn veelal verdwenen en hebben vaak plaatsgemaakt voor steriele ruimtes. De vrouwen komen inmiddels voornamelijk uit verre oorden en de gemeente is op dit moment bovendien bezig grootschalige veranderingen door te voeren op de Wallen met Project 1012, gericht op het opschonen van het gebied. Tijdelijk hebben ontwerpers en kunstenaars de leegstaande bordelen bevolkt gedurende de projecten Red Light Fashion, Red Light Design en Red Light Art | Red A.i.R.. Hun aanwezigheid riep vragen op over de door de gemeente beoogde toekomst voor het beroemde Redlight District. Hoe hebben kunstenaars zich laten inspireren door de Wallen en welke rol hebben kunstenaars en ontwerpers de afgelopen periode in het gebied gespeeld?
Edward en Nancy Kienholz kwamen regelmatig in Amsterdam. In 1970 had Edward een tentoonstelling in het Stedelijk Museum, Edward Kienholz Tableaux. Een jaar later werd zijn werk The Beanery aangekocht door het museum. Ook in 1982 had hij een tentoonstelling in Amsterdam. Samen met echtgenote Nancy Reddin Kienholz bezocht hij de stad en daarbij ook de Wallen, nadat hij al eerder geïnteresseerd was geraakt in de prostitutie. Hij maakte begin jaren zestig het werk Roxy’s, vernoemd naar een bordeel in Nevada, gebaseerd op zijn ervaringen als jonge jongen met een bordeel in Idaho. Nancy en Edward merkten op dat de Amsterdamse prostitutie van een andere orde was dan de Amerikaanse. De vrouwen stonden niet op straat of werkten niet in reusachtige bordelen, maar hadden een eigen plek om te werken die relatief veilig was. Ze waren onder de indruk van de manier waarop in Amsterdam met prostitutie werd omgegaan.
Edward en Nancy probeerden bij hun bezoeken contact te leggen met de vrouwen achter de ramen. Velen waren niet meteen welwillend tegenover de enorme Amerikaan en zijn roodharige vrouw, maar na betaling wilden de vrouwen het duo vaak toch wel binnen laten. Op deze manier kregen ze veel te horen over het werk van de vrouwen, het leven op de Wallen en hoe de vrouwen zichzelf en hun toekomst zagen. Samen met de Amsterdamse kunstenaar Onno Hooijmeijer verzamelden ze op rommelmarkten en vuilstortplaatsen materiaal voor het kunstwerk dat in Berlijn tot stand zou komen. Raamkozijnen, deuren, tafeltjes, stoelen, de Story en Het Parool: alles werd naar het appartement in de buurt van de Kurfürstendamm gebracht.
In hun appartement in Berlijn werkten Edward en Nancy van 1983 tot 1988 aan het bouwwerk. Vrienden stonden model voor de vrouwen in het werk. Met gips werden ze beplakt en eenmaal droog geworden bleef de vorm van het vrouwelijk lichaam achter in het materiaal. De huisjes waarin de vrouwen zouden plaatsnemen werden in elkaar gezet en voorzien van eindeloze details: bloemenbehang, kapstokjes, tafeltjes, een asbak waarin een sigaret ligt te wachten op het volgende trekje. De vrouwenfiguren werden aangekleed en beschilderd. Hun hoofden waren afkomstig van paspoppen. Ervoor werden een soort glazen doosjes gemonteerd. De deksel staat open. De betekenis zou kunnen liggen in de gedachte dat deze vrouwen hun lichaam en geest kunnen scheiden. Ze verkopen hun lichaam, maar houden hun gedachten en emoties voor zichzelf. Als laatste werd het hele werk bedekt met een laag hars die overal vanaf druipt. Dikke druppels lopen over de gezichten van de vrouwen, de muren en de ramen. Sommigen zien er regen in, anderen tranen of zelfs sperma. “I hope the work is kind towards the women,” zei Nancy Kienholz in Amsterdam.
Afgelopen najaar stond The Hoerengracht in de National Gallery in Londen. Daar ging het werk een relatie aan met de collectie van het museum, die bestaat uit kunst die voor 1900 gemaakt werd. Een paar werken uit de collectie werden dichtbij The Hoerengracht gehangen, zeventiende-eeuwse genrestukken waarin het thema prostitutie, maar ook het Hollandse interieur een rol speelt. In het Amsterdams Historisch Museum, waar het werk op dit moment getoond wordt, worden we gedwongen andere vragen te stellen in relatie tot The Hoerengracht. In tegenstelling tot de National Gallery vraagt de realiteit en de actualiteit op de Wallen, op vijf minuten loopafstand van het museum, onze aandacht.
De bezoeker krijgt in de tentoonstelling de kans zich te verdiepen in prostitutie, niet aan de hand van foto’s, interviews en historische feiten, maar door te kijken naar de beelden en ideeën van kunstenaars. Het feit dat het museum dit keer geen cultuurhistorische tentoonstelling maakt, wordt door sommigen niet begrepen. Hoort The Hoerengracht niet in het Stedelijk Museum thuis? Naast het praktische feit dat het Stedelijk Museum helaas niet in de mogelijkheid verkeert om het werk te tonen, denk ik dat het Historisch Museum juist een goede plek is om moderne en eigentijdse kunst te tonen. Kunst ontroert, verduidelijkt, verwart, brengt illusies en vooroordelen boven tafel, stelt zaken aan de kaak. Pasklare antwoorden worden niet gegeven. Een ingewikkeld fenomeen als prostitutie vraagt ook niet om pasklare antwoorden maar vraagt erom dat mensen hun ogen, oren en geest openstellen. Juist kunst kan dit bewerkstelligen.
Naast Edward en Nancy Kienholz hebben de afgelopen jaren ook andere kunstenaars zich laten inspireren door de prostitutie in Amsterdam. Al voor Edward en Nancy Kienholz gebruikte Marina Abramovic het thema in haar werk. In 1975 werd ze door galerie De Appel gevraagd een werk te maken waarbij haar lichaam een rol zou spelen. Op de wallen had Abramovic een prostituee leren kennen en gevraagd mee te werken aan een performance. De prostituee ging naar de opening in De Appel, terwijl Abramovic achter het raam zat waar de vrouw normaliter werkte. De performance, getiteld Role Exchange, die ook gefilmd en gemonteerd werd, stelde vragen over de identiteit van de vrouwen, de rol die de omgeving speelt bij het vormen van die identiteit en hoe wij deze vrouwen zelf bezien. Ook Marieken Verheyen vroeg een prostituee mee te werken aan haar installatie Red Light (1990). Vanachter de vrouw filmde ze met een verborgen camera de optocht van mannen die langs het raam van de peeskamer op de Wallen trekt. Hun lichaamstaal, gebaren en soms verbale reacties worden in de installatie zichtbaar op twee schermen waarnaar gekeken kan worden vanaf een barkruk; het soort zitmeubel dat normaal gebruikt wordt door de vrouwen die achter de ramen op hun klanten wachten. Eenmaal weer buiten de installatie wordt de bezoeker gedwongen door de projectie te lopen, en zo wordt hij of zij onderdeel van de stoet prostitueebezoekers die langstrekt. Philippe Vogelenzang en Majid Karrouch zijn op dit moment nog bezig aan hun fotoserie In&Out (2009/10), waarvan in het museum een kleine preview wordt gegeven. Philippe, Majid en schrijfster Marjolijn van Heemstra bezochten de Wallen en fotografeerden een aantal vrouwen. Eerst in hun werkruimte, gekleed in hun werkkleding, daarna fotografeerde Philippe ze, gestyled door Majid, in zijn atelier. Waar de lichamen eerst ten dienste stonden van het genot van anderen, zijn de lichamen op de tweede foto autonoom, ten dienste van de vrouwen zelf. Ook hier speelt beeldvorming een grote rol. Wie zijn deze vrouwen? Hoe zien zij zichzelf en hoe zien wij hen?
Kunstenaars en ontwerpers zijn de afgelopen jaren ook aanwezig geweest op de Wallen in het kader van Project 1012. Dit Coalitieproject richt zich op het verminderen van het aantal raambordelen en coffeeshops, het terugdringen van vrouwenhandel en witwaspraktijken en het creëren van een grotere economische variëteit op de Wallen. Toen Nancy Kienholz in de voorbereiding van de tentoonstelling naar Amsterdam kwam vroeg ze zich af wat er gaande was op de Wallen. Ook zij had de krantenberichten gezien over het gemeentelijke coalitieproject dat gericht is op het opschonen van de Wallen. “What is Amsterdam doing with its Red Light District?” vroeg ze. Ze sprak met diverse personen die betrokken zijn bij Project 1012 over de doelstellingen, uitkomsten en gevolgen. Van deze zoektocht werd een documentaire gemaakt die eveneens te zien is in de tentoonstelling.
Project 1012 startte in 2007. Toen ook kocht NV Stadsgoed (onderdeel van woningbouwvereniging Het Oosten) met behulp van de gemeente 51 ‘ramen’ (dat wil zeggen werkruimtes voor prostituees) aan van Charles Geerts, bordeelhouder. Daarmee kwam dertien procent van de panden op de Wallen in handen van een nieuwe eigenaar. Ook andere woningcorporaties kochten panden aan op de Wallen en in het kleine prostitutiegebiedje tussen Singel en Herengracht. De vrouwen verdwenen uit de peeskamers en de ramen stonden leeg in afwachting van een nieuwe bestemming.
Een tijdelijke nieuwe bestemming werd al snel gevonden: modeontwerpers bevolkten onder de noemer Red Light Fashion de voormalige peeskamers in het gebied rond de Oudezijds Achterburgwal. Dit was voor hen een uitgelezen kans tegen een gering bedrag werk- en woonruimte te huren in het hart van Amsterdam. Bovendien was er natuurlijk ook het raam, een perfecte etalage om de modecreaties aan het langslopend publiek te tonen. Het project, een samenwerking tussen HTNK Fashion Recruitment & Consultancy Agency, de gemeente Amsterdam en NV Stadsgoed, kreeg nationaal en internationaal grote persaandacht. Na de komst van de modeontwerpers trokken zes sieradenontwerpers in de panden rondom de Oudekerk onder de noemer Red Light Design. Droog, Ymere en de gemeente Amsterdam waren gezamenlijk verantwoordelijk voor het project. Een derde project dat werd geïnitieerd was Red Light Art | Red A.i.R., een samenwerking van woningbouwvereniging De Key – De Principaal, Stedelijk Museum Bureau Amsterdam, Kunstenaars & Co en de gemeente. Dit artists-in-residency-project vond plaats in de Bergstraat en de Korsjespoortsteeg, een klein prostitutiegebiedje tussen Singel en Herengracht. Hier kregen acht internationale kunstenaars tijdelijk de kans te werken in het centrum van Amsterdam. Een curator, Angela Serino, werd aangesteld om het project in goede banen te leiden en er op toe te zien dat een resultaat werd bereikt.
In het laatste deel van de tentoonstelling met als titel “Kunst als Stedelijk Glijmiddel” wordt ingegaan op de bovenstaande projecten. De zinsnede is geleend uit een recensie van Merijn Oudenampsen over het kunstproject Red A.i.R. [1] Hierin stelt hij vragen over de rol van kunstenaars bij stedelijke vernieuwing en hoe de autonomie van de kunstenaar daarin overeind kan blijven. Het is interessant te zien dat bij geen van de projecten waarbij ontwerpers betrokken waren, opdracht werd gegeven om te reageren op de omgeving, terwijl dat bij het kunstproject wel werd gedaan. De autonome kunstenaars werden uitgenodigd “te reflecteren op de continue relatie tussen de kunstpraktijk en de sociaal-economische ontwikkeling van de stad.”[2] De mode- en sieradenontwerpers daarentegen mochten vrijelijk gebruik maken van de ruimte en werk maken zoals zij dat altijd maakten. Blijkbaar wordt er van hen minder verwacht bezig te zijn met hun omgeving dan de autonome kunstenaars.
Toch blijkt in de tentoonstelling dat ook de toegepaste kunstenaars, soms zelfs al voor hun deelname aan Red Light Fashion of Red Light Design, de buurt van de Wallen in hun werk hebben gebruikt. Bas Kosters, die eerder al woonde en werkte in de buurt, liet het straatleven terugkomen in zijn collectie Dans les Rues d’Amsterdam uit 2006. Hiervoor gebruikte hij materialen die hij vond op straat, zoals een Heinekenparasol. Hij maakte van de stof van de parasol een bolero en een rok en veranderde het woord Heineken in de woorden neuken en rukken. Sex en erotiek zijn een terugkerend thema in zijn ontwerpen, maar dat zal geen reden zijn geweest voor zijn deelname aan Red Light Fashion. Mada van Gaans maakte deels een nieuwe outfit voor de tentoonstelling. Haar Snake Woman is een ontwerp voor een chique en krachtige prostituee met een verleidelijke, vrouwelijke en krachtige uitstraling. In haar collecties, net zoals bij ontwerpduo …and Beyond, zijn verder geen directe verwijzingen te vinden naar de omgeving waarin zij verkeren.
Sieradenontwerper Ted Noten had zelf eerder al gereflecteerd op de relatie tussen zijn ontwerperschap en ontwikkelingen in de stad. Voor zijn Global Tactile Pieces 1 nam hij een aantal dagen zijn intrek in een hotel en trok er elke dag op uit met een stuk was en een fototoestel. Bijzondere plekken in de stad drukte hij af in de was en vervolgens maakte hij een foto. Ook een prostituee vroeg hij mee te werken. Hij drukte verschillende onderdelen van haar lichaam in de was en goot de afdrukken af in zilver, waarna hij ze roze schilderde. De set sieraden City Muse and her jewellery (2006) was het resultaat. Aan het Oudekerksplein zelf probeerde hij ook het contact tussen prostituee, klant en hemzelf als ontwerper tot stand te brengen. Hij installeerde een Febo-automatiek aan de voorkant van zijn pand achter de Oude Kerk en in elk vakje legde hij een rood gelakte ring. De automatiek met de titel be nice to a girl, buy her a ring (2009) was bedoeld om de klanten de mogelijkheid te geven een ring te kopen voordat zij bij een prostituee langs zouden gaan. Of zij ook werkelijk de afnemers van de ringen waren of dat die vooral door Ted Noten fans zijn gekocht blijft de vraag. Laurence Aëgerter kreeg de mogelijkheid een jaar in de Korsjespoortsteeg te werken en ze kreeg de opdracht in haar werk te reflecteren op de buurt in het kader van Red Light Art | Red A.i.R. Eerst besloot ze haar pand, Korsjespoortsteeg 23, grondig te onderzoeken. Ze liet de sporen van vorige gebruiksters van het pand, onder anderen haarspeldjes, pillen en een kam, onderzoeken in een forensisch instituut. Vervolgens liet ze de ruimte schoonmaken door een aantal vrouwen van verschillende afkomst. Net als prostitutie is het schoonmaakwerk een van de weinige beroepen waar illegale immigranten geld in kunnen verdienen. Ook liet ze een filmpje maken waarin virtueel door elke ruimte van het huis gegaan wordt en de situatie van dat moment wordt vastgelegd. In haar werk wilde Aëgerter onderzoeken wat de toekomstmogelijkheden van het pand zouden kunnen zijn. Ze organiseerde performances en installaties waarbij de buurt werd uitgenodigd deel te nemen onder de noemer Opening Soon / Opening Now. Zo huisvestte de ruimte een Turkse snackbar, de nieuwe vleugel van het Anne Frank Huis, een bibliotheek, een zwembad voor de buurtkinderen en nog een aantal meer of minder realistische toekomstmogelijkheden. ’s Nachts projecteerde ze internetbeelden op de ruimte en liet die fotograferen met een technische camera. Zo werd bijvoorbeeld een beeld van een zwembad vermengd met de scheuren in de muur waar ooit het bed aan de muur vastgeklonken was geweest. Haar ideeën over de mogelijkheden van de ruimte maar ook de sporen van het verleden zijn op deze manier vastgelegd in foto’s met de titel KP-23.
Wat het blijvende resultaat is van de kunst- en ontwerpprojecten op de Wallen en in het Singelgebied is niet duidelijk. De sieradenontwerpers hebben hun panden van woningcorporatie Ymere rondom de Oude Kerk inmiddels verlaten. Ook de kunstenaars zijn weer vertrokken. Aan het einde van hun verblijfsperiode vond een presentatie plaats waarbij acht nieuwe werken gepresenteerd werden die reflecteren op de omgeving. De voormalige bordelen zullen in de toekomst worden verhuurd of verkocht door woningcorporatie De Key – De Principaal. Kunstenaars en ontwerpers hebben in ieder geval persaandacht en de mogelijkheid gekregen een periode in het centrum te werken. Of er echter een blijvende invloed merkbaar zal zijn op de Wallen en rond het Singel is de vraag. Dit hangt af van de precieze invulling van de plannen van de gemeente en de beslissingen die door woningcorporaties genomen worden. De modeontwerpers zitten op dit moment nog in hun panden. Sommigen hebben zelfs besloten in de buurt te blijven en hebben werkruimte gekocht. Wellicht is dit dan een begin van de variëteit aan ondernemingen die de gemeente graag zou willen bereiken. Het Amsterdams Historisch Museum heeft een aantal werken van de tentoonstelling aangekocht voor de collectie van het museum. Ted Notens City Muse and her jewellery is een bespiegeling op het vrouwelijk lichaam en de plek van de prostituee in onze stad. Kunstenaars Philippe Vogelenzang en Majid Karrouch tonen de realiteit van de vrouwen op de Wallen en daarbuiten, en de manier waarop wij naar hen kijken. Het onderzoek van Laurence Aëgerter naar ‘haar’ pand in de Korsjespoortsteeg is niet alleen een reflectie op de buurt, maar geeft ook weer hoe de gemeente kunstenaars inzet of ruimte biedt bij stedelijke veranderingen. Wanneer hun ideeën en gedachten niet op locatie achterblijven, behouden zij in ieder geval hun belang in de collectie van het museum. [S]
De tentoonstelling The Hoerengracht is tot en met 29 augustus te zien in het Amsterdam Historisch Museum. Voor meer informatie over de tentoonstelling en randprogrammering zie www.ahm.nl/hoerengracht. Op vertoon van uw UvA-studentenkaart ontvangt u 50% korting op de entreeprijs van het Amsterdams Historisch Museum.
Biografie:Roosmarij Deenik was Assistent Conservator gedurende het voorbereiden van de tentoonstelling The Hoerengracht in het Amsterdams Historisch Museum.
Noten: